Een recente uitgave van het onvolprezen tijdschrift Nexus heeft als titel: ‘Staand op de schouders van reuzen’. Dat zette me aan het denken. Op wiens schouders ben ik geklommen? Wiens werk betekende en betekent voor mij een voortdurende bron van inspiratie? Erasmus natuurlijk, vooral ook vanwege zijn engagement, zijn kunst van het relativeren, zijn balanceeract in bange tijden. Maar er zijn er meer. Erasmus excelleerde op terreinen als theologie, klassieke filosofie, ethiek, maatschappijkritiek, diplomatie, pedagogiek, satire. In de 20e eeuw heb ik mij opgetrokken aan reuzen als Desmond Tutu op het terrein van de theologie, Cornelis Verhoeven als filosoof van de klassieke oudheid, de ethiek van het absurde van Albert Camus, Wright Mills als scherp criticus van de Amerikaanse samenleving, Max van der Stoel als activistisch diplomaat, de muziekeducatie van José Abreu en de satirische Duivelsverzen van Salman Rushdie. Hoe langer ik nadenk, hoe meer namen me te binnen schieten. Staand op de schouders van reuzen, zie je meer.