In de tijd van Erasmus onleenden de meeste mensen hun identiteit levenslang aan hun klasse, hun land, hun geslacht of hun geloof. Dat gaf houvast. Je was visser of van adel, Spaans of Engels, vrouw of man, jood of christen. Alleen avonturiers en kunstenaars ontsnapten aan dat starre stelsel en kozen hun eigen pad. Erasmus mystificeerde zijn afkomst, voelde zich meer Europeaan dan Hollander, voelde zich zowel tot mannen als tot vrouwen aangetrokken en parodieerde de rooms katholieke geestelijkheid en rituelen zonder de moederkerk te verlaten. Zijn zelf gekozen identiteit was meer hybride dan gebruikelijk in die tijd; zijn vijanden noemden hem een gladde aal. Klasse als bepalende factor is nu minder doorslaggevend dan vijfhonderd jaar geleden. De vakkenvuller kan CEO worden. Je kunt van geslacht wijzigen en van geloof. De persoonlijke keuze is niet alleen weggelegd voor kunstenaars, maar voor velen. Dat geeft individuele vrijheid, maar ook stress. Wie ben ik? Aan welke verwachtingen wil ik voldoen? Met wie identificeer ik me? (www.erasmus-voorstelling.nl <www.erasmus-voorstelling.nl/>)