Erasmus citeerde graag de oude Griekse filosofen, van hen nog het liefst Diogenes (400 v.Chr.). Diogenes woonde in een regenton ( kan ook een wijnvat geweest zijn, wat mij waarschijnlijker lijkt). Vrijsprekendheid, dat was de kern van zijn filosofie. Hij schreef geen boeken, maar grossierde in wisecracks, performances en absurde adviezen. Hij was voor de vrije liefde en tegen slavernij. Onaangepast, anti autoritair, ad rem. Hij werd ‘honds’ genoemd, omdat hij overal tegenaan piste; ‘cynisch’, maar dan niet in de hedendaagse betekenis van gedesillusioneerd, maar in de betekenis van ondeugend. Lof der ondeugendheid.