Hield Erasmus van kunst? Jazeker, vooral van de Letteren, hij was een woordkunstenaar. In zijn jeugd schreef hij liefdesgedichten. Zijn brieven behoren tot de wereldliteratuur. Over beeldende kunst heeft Erasmus zich uitgesproken in „ Een goddelijk festijn”. In dat geschrift laat Erasmus negen geleerde vrienden genieten van de tuinaanleg, de beeldhouwwerken en de schilderingen rond en in een luxe villa.
In zijn boek Reflecties zoekt Onno Zijlstra het werk van kunstenaars en filosofen bij elkaar om tot beter begrip te komen. Zo combineert hij Calder en Kant („kunst is een speelse bezigheid”), Mondriaan en Plato („waarheid, schoonheid en goedheid”), Picasso en Adorno („ kunst is het andere”). Met welke beeldend kunstenaar zou ik Erasmus willen verbinden?, vraag ik me na lezing af. ik zoek een vrijheidlievend kunstenaar die ambachtelijk werkt, die met aandacht observeert en eenvoud zoekt. Ik kom uit bij Brancusi. Zoals de schrijver Erasmus levenslang bezig was zijn teksten bij te schaven en verfijnen, zo bleef Brancusi voortdurend zijn beelden polijsten en perfectioneren. Brancusi kende net als Erasmus zijn klassieken, hield van gezelschap, een spiritueel mens. Brancusi is de beeldhouwer die volmaakte schoonheid in de kunst zoekt, de eenvoud van het ei. Beiden zoeken in hun werk de kern, de eenvoud, de oorsprong. Ad fontes. Brancusi’s „Vogel in de ruimte” (1928) is een poëtische vertolking van een verlangen dat ik ook in het humanisme van Erasmus aantref. In Nederland is het Jeroen Henneman die geïnspireerd is door Brancusi. In navolging van de laatste maakte hij 25 jaar geleden zijn Eindeloze kolom. Colonne sans fin.