Gerard de Kleijn
Projectleider stichting De zes samenwerkende musea in Nederland
Lezing 18 oktober 2024 in Westfries Museum, Hoorn

ZOEKTOCHT NAAR DE IDENTITEIT VAN NEDERLAND

IDENTITEIT IN MEERVOUD

Aan een tafel met twee stoelen voor toevallige gasten, een karaf water en drie glazen heb ik de afgelopen jaren enkele weken doorgebracht in de stadsmusea van Bergen op Zoom, Zutphen en Harlingen. Onderdeel van het project Vier Elementen, een reizende tentoonstelling in twintig etappes; georganiseerd door stichting M6.De reis startte begin 2018 in Stedelijk Museum Zutphen en zal in mei 2025 finishen in het Limburgs Museum. Aan tafel ging ik in gesprek met passerende bezoekers over de schilderijen die ze net bekeken hadden.Ik vroeg niet naar leeftijd of herkomst, het was geen enquête. Het was een open gesprek.
Tijdens de tentoonstelling Lage Landen in Museum het Markiezenhof in 2019, opende ik met de vraag: ’Bent u van de klei of van het zand’? Daarna ontspon zich het gesprek over de identiteit van Noord-Brabant en Nederland vanzelf.

Tijdens Koele Wateren was de vraag: Woont u onder of boven NAP? Tijdens de tentoonstelling Hoge Luchten in Musea Zutphen, 2021, vroeg ik: ‘Bent u meer een stadsmens of meer een buitenmens’? ‘Waar voelt u zich het meest vrij’?
En tijdens Hete Vuren in Museum het Hannemahuis, 2023, was de vraag: ‘Waar zit het vuur, de sociale passie, in de Nederlandse samenleving’?

Mijn vervolgvraag was steeds: ‘Welk schilderij vind je het meest typerend voor Nederland’? Natuurlijk was dit geen representatieve steekproef uit de Nederlandse bevolking. Museumbezoekers zijn een apart slag, gemiddeld wat ouder, meer vrouwen dan mannen, wat hoger opgeleid, minder migranten, bij voorbaat geïnteresseerd in geschiedenis en kunst. Het ging mij meer om de diversiteit van meningen over de identiteit van Nederland dan om percentages. Kwalitatief onderzoek. Ik kon gelukkig wel beschikken over de uitkomsten van de grote survey van het Sociaal en Cultureel Planbureau onder 5000 respondenten, Denkend aan Nederland.

Stichting M6 pretendeerde met de reeks Vier Elementen een zoektocht te doen naar de identiteit van Nederland en een bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat hierover. We wilden niet alleen mooie plaatjes laten zien uit het depot van het Rijksmuseum, maar ook als musea relevant zijn.

Ik sprak met 260 bezoekers en de kunstenaars Martin en Inge Riebeek brachten 41 burgers van Harlingen, Zutphen, Hoorn, Gouda en Bergen op Zoom in beeld en aan het woord. Hun video’s werden geïntegreerd in de tentoonstellingen.

Voor de definitie van ‘identiteit’, sloten wij aan bij de omschrijving van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Wij gingen niet op zoek naar het ‘ding’ identiteit, maar naar het beeld en de beleving van de Nederlandse identiteit onder museumbezoekers. Identiteit in meervoud dus.

CONTEXT

De reizende tentoonstelling Lage Landen, Koele Wateren, Hoge Luchten, Hete Vuren vond plaats in de jaren van Covid en Oekraïne. Deze ingrijpende gebeurtenissen hebben de publieke opinie zeer beïnvloed, ook de gesprekken over de identiteit van Nederland. Covid drukte ons met de neus op de feiten van onze kwetsbaarheid en op het belang van de volksgezondheid, het collectieve belang versus het individuele belang. Mag je vaccinatie weigeren, weigeren in isolatie te gaan met een beroep op je persoonlijke vrijheid? Of, mag je dat niet, omdat je daarmee ook anderen in gevaar brengt? In een verzorgingsstaat is dat een essentiële discussie, die ook gevoerd werd in de wandelgangen van de musea tijdens de Vier Elementen. Martin en Inge Riebeek portretteerden in hun serie Stadslucht maakt vrij ook burgers die ‘vrijheid’ puur als een individueel recht zien. Deze opvatting van ‘vrijheid’ is de laatste jaren misschien niet dominant, maar wel luidruchtig geworden. De meeste museumbezoekers die ik sprak, huldigen een meer sociale opvatting van vrijheid. ‘Onze vrijheid is een groot goed, maar je eigen vrijheid mag niet ten koste gaan van de vrijheid van een ander’, zeggen ze dan. Je moet ook inschikkelijk kunnen zijn. De vrijheid van meningsuiting is in deze redeneertrant geen vrijbrief om de Koran te verbranden, medeburgers te verketteren omdat ze jouw opvatting niet delen. Ook de vrijheid van meningsuiting (Grondwet, artikel 7) is dus begrensd.
De inval in Oekraïne confronteerde en confronteert ons met de vraag of we bereid zijn offers te brengen voor ‘onze’ vrijheid, vluchtelingen uit de Oekraïne op te nemen, een hogere energierekening te betalen om geen Russisch gas te hoeven gebruiken. Zijn we bereid zelf de wapens op te nemen ter verdediging van onze vrijheid, of laten we dat toch liever over aan de jonge mannen uit Oekraïne?

VIER ELEMENTEN

Vissers en boeren in het laagveen; Hendrik Willem Schweickhardt, 1783

Stichting M6 koos voor de invalshoek van de vier elementen om het debat over de identiteit van Nederland wat minder voorspelbaar te maken; aarde, water, lucht, vuur. Hoe (eigen)aardig is Nederland? Zijn we bang voor water, maakt stadslucht nog vrij, waar lopen we warm voor? Die vier elementen vormden ook een scherp criterium om schilderijen te selecteren uit het depot van het Rijksmuseum.
We kozen er 150. Landschappen, riviergezichten, stadsgezichten, vuurgevechten en huiselijke taferelen.

In het schilderij van Schweickhardt zit alles. De turf en het laagveen, de vissers en de boeren, de waterplas, de hoge lucht die driekwart van het schilderijtje inneemt, de rook die uit de schoorsteen kringelt. Een infographic van de Vier Elementen.
Driekwart van de Nederlandse bevolking voelt zich verbonden met het landschap. Het schilderijtje van de betrekkelijk onbekende Schweickhardt werd gewaardeerd als typisch Nederland, dat vlakke, egalitaire Nederland.

Van de vier elementen werd door de bezoekers het water als meest bepalend element voor Nederland aangewezen. Er werd in positieve zin gesproken over de maakbaarheid van Nederland als wezenskenmerk. Dijken, terpen, sluizen, overtooms, dammen, gemalen, bruggen, aquaducten. In de loop der eeuwen zijn heel wat beroepen in Nederland gedevalueerd. Leerkrachten, bankiers, huisartsen, dominees, ministers, tramconducteurs, ze hebben minder aanzien, wekken minder ontzag dan vroeger. Dit lijkt niet voor de ingenieurs te gelden. Ingenieurs staan nog steeds in hoog aanzien. We zijn als Nederlanders trots op de Deltawerken.

VIER FAVORIETEN

Uit de 150 geselecteerde schilderijen wijst de meerderheid van bezoekers uiteindelijk vier schilderijen aan die het best uitdrukking geven aan hun gevoel bij Nederland.

Het hoogst scoorden:
De grazende koeien in drassig weiland, geschilderd door Willem Maris
De ijspret, geschilderd door Barend Avercamp
De stadspoort in Leerdam, van Jan Weissenbruch
De moeder die pannenkoeken bakt, geschilderd door Adriaan de Lelie

Deze vier schilderijen werden beoordeeld als meest typerend voor Nederland.

Koeien in een drassig weiland; Willem Maris, ca.19006

De meeste bezoekers blijken zeer gehecht aan de kenmerken van het Nederlands landschap. De heidevelden met de schapen, de zee en de stranden en vooral ook de polders met de wilgen, de weilanden met koeien. In het vlakke land herkennen ze de identiteit van Nederland. In de gesprekken komt regelmatig ook de zorg over de aantasting van het landschap aan de orde. Aantasting door megastallen, door windmolens, door distributiecentra, door wegverbreding. Zorg over afnemende kwaliteit van de natuur, afnemende biodiversiteit. Angst voor identiteitsverlies omdat het vertrouwde landschap in hoog tempo verschraalt en verrommelt. Je kunt je afvragen of de koe als symbool van de identiteit en de welvaart van Nederland haar langste tijd gehad heeft.

IJspret; Barend Avercamp, ca.1670

Schilderijen met afbeeldingen van ijspret doen het opvallend goed onder de bezoekers van de Vier Elementen. Ook de respondenten in het grootschalige SCP-onderzoek uit 2019 noemden de Elfstedentocht opmerkelijk vaak als typerend voor Nederland. IJs is een grote gelijkmaker; het onderscheid in klassen en standen valt op het ijs even weg. Gelijkheid wordt in Nederland hoog gewaardeerd. Op het ijs begint iedereen met krabbelen, kan iedereen uitglijden. Vanwege de opwarming van de aarde neemt de kans op een witte Kerst en een Elfstedentocht echter aanzienlijk af. De laatste Elfstedentocht dateert van meer dan 25 jaar geleden. Jongeren kennen het fenomeen alleen nog uit de overlevering. Ook deze feiten dragen bij aan een gevoel van verlies. Identiteitsverlies.

Stadspoort te Leerdam; Jan Weissenbruch, 1870

Jan Weissenbruch schilderde zijn meesterwerk toen deze poort al een paar jaar gesloopt was om ruimte te maken voor stadsuitbreiding, wegverbreding; de moderne tijd. Stadspoorten hadden de functie om plunderende soldaten, armoedige zwervers en landlopers buiten de poort te kunnen houden. Ze markeerden de scherpe grens tussen stad en platteland en positioneerden de poorters als burgers met rechten. Stadsrechten. Stadslucht maakt vrij.

In gesprek over de identiteit van Nederland blijken veel bezoekers zich zorgen te maken over het toenemend aantal migranten in Nederland. Gelukszoekers die niet meer aan de grens tegengehouden kunnen worden, vluchtelingen, asielzoekers, arbeidsmigranten; onderscheid wordt er amper gemaakt. Er is vrij algemeen behoefte aan een grens om de identiteit van Nederland te bewaken. Niet zozeer het aantal migranten wordt als bedreigend ervaren, maar vooral de onbeheersbaarheid van de instroom.

De koekenbakster; Adriaan de Lelie, 1800

Adriaan de Lelie schildert een huiselijk, knus tafereel; het gezin als hoeksteen van de samenleving. Moeder bakt pannenkoeken, vader rookt een pijpje, dochter komt haar vrijer aan de deur voorstellen. Als moeder een heel dunne pannenkoek bakt, kan de vrijer het wel schudden. Maar alles wijst erop, dat hier een dikke pannenkoek wordt gebakken. Museumbezoekers hechten aan de gezelligheid van dit gezinsleven, maar vertellen me ook dat de gezelligheid in Nederland afneemt. ‘De individualisering is doorgeslagen’. Mensen zijn meer op zichzelf, kinderen zitten achter hun computer, er blijft weinig tijd over voor onderling contact. We hebben het te druk. Al worden er zeker nog pannenkoeken gegeten, feit is dat het gezin niet langer beschouwd kan worden als dominante hoeksteen. Heel veel mensen wonen op zichzelf, stellen gezinsvorming uit, kiezen voor een andere samenlevingsvorm. Ongeveer 40% van de huishoudens in Nederland vormt een eenpersoonshuishouden. Men zoekt de gezelligheid elders.

IDENTITEITSVERLIES

Jan van Speijk steekt de lont in het kruitvat 1831; Schoemaker Doyer

Na alle gesprekken blijft bij mij het beeld hangen van een land dat houvast kwijtraakt. We zijn in verwarring. Wie zijn wij eigenlijk?

Moeten we het beeld van Jan Pietersz. Coen in Hoorn op het centrale plein nog laten staan of weghalen? De gemeenteraad is verdeeld, fifty-fifty.

Is Jan van Speijk een zeeheld of een zelfmoord terrorist? Kunnen we nog trots zijn op onze vaderlandse geschiedenis? Mag het Westfries Museum zich nog aanprijzen als het Museum van de Gouden Eeuw? Er is sprake van identiteitsverlies. Wat doorgaans als beslissende factoren wordt gezien voor een nationale identiteit, is:

  • een gemeenschappelijk grondgebied, een geliefd landschap
  • een gedeelde geschiedenis
  • een gemeenschappelijke taal
  • gedeelde waarden

Al deze vier factoren staan al enige tijd op de tocht.

o Landschap
De bezoekers van de musea die ik sprak houden van het landschap, zijn gehecht aan het landschap, kunnen genieten van de natuur; maar zijn ook bezorgd. Ze zien dat hun geliefde landschap verrommelt, dat er windturbines worden gebouwd, dat de horizon vervuilt. Het houvast verdwijnt.

o Geschiedenis
De geschiedenis wordt herschreven. Jan van Speijk wordt uitgeschreven. De watergeuzen waren zo fijn niet. De musea exposeren ons slavernijverleden. Nederland, ooit een wereldmacht met winstgevende overzeese gebiedsdelen, krijgt nu een koekje van eigen deeg. Migranten komen van overzee naar Nederland, ook om te delen in de welvaart.

o Taal
Op straat en in de tram en in de oude stadswijken hoor je steeds meer vreemde talen. Arabisch, Spaans, Oekraïens, Turks. In de kantoorwijken en op de universiteiten wordt steeds meer Engels gesproken en geschreven. Voor mensen die alleen het Nederlands beheersen geeft dit een unheimisch gevoel, een gevoel dat er iets wordt afgenomen.

o Waarden
Ook de centrale waarden uit onze Grondwet worden op de proef gesteld; gelijkheid en vrijheid. De ongelijkheid in vermogen neemt op wereldschaal en ook in Nederland gigantisch toe. Een voedingsbodem voor rancune. De homohaat neemt toe in Nederland. De vrijheid van meningsuiting wordt ongegeneerd gebruikt om haatmails te sturen, de Koran te verbranden. De balans is zoek. Velen zoeken de identiteit niet meer in de gemeenschappelijkheid, maar in het clubhuis van het eigen gelijk, de eigen subgroep van gender en kleur, hokjesdenken.

VIER NIEUWE SYMBOLEN

Máxima leidde in 2007 het debat over de identiteit in met haar uitspraak: Dé Nederlander bestaat niet. Geert Wilders zei 15 jaar later: Wij gaan Nederland teruggeven aan dé Nederlanders, Henk en Ingrid. Het zijn de polen van het debat. Willen we terug naar het vroeger van Nederland, trekken we ons terug achter de dijken, versterken we de grensbewaking met Duitsland en België, nemen we afstand van Europa? Of willen we de toekomst vormgeven in Europees verband, erkennen we dat we een immigratieland zijn, vieren we de diversiteit met nieuwe rituelen?

Stel dat de veestapel in Nederland de komende vijfentwintig jaar inderdaad gehalveerd wordt, dat de aarde verder opwarmt, dat de zeespiegel blijft stijgen, dat de migratie wereldwijd en in Nederland toeneemt, dat polders onder water worden gezet en de Randstad opschuift naar het oosten; dan verliezen de iconische symbolen koe, schaats, stadspoort en pannenkoek alle betekenis. Stel dat we in die situatie toch blijven hechten aan onze identitaire waarden, onze vrijheid en gelijkheid, zoals vastgelegd in de Grondwet, en waarde blijven hechten aan tolerantie en saamhorigheid, dan hebben we toch echt een paar nieuwe symbolen nodig.

In mijn boek introduceer ik er vier.

Duck; Florentijn Hofman

De eend van Florentijn Hofman is een product van Nederlands design, verenigt plattelanders en stedelingen, verwarmt de harten van kinderen en ouderen, verovert de gepolariseerde wereld met een glimlach en lijkt me met zijn oranje snavel heel geschikt als nieuw icoon voor de nationale identiteit van Nederland. ‘Duck’, de eend is tweetalig. De eend dobbert over het water, strijdt niet tegen het water, maar beweegt mee. Een ideale mascotte. Geschikter dan de koe.

OV-fiets; Ronald Haverman

De fiets in het algemeen scoort onder Nederlanders heel hoog als kenmerk van Nederland. De OV-fiets is een Nederlandse uitvinding, innovatief. Een medium tussen particulier vervoer en collectief vervoer. Schoon, sportief. Net als de schaats geen statussymbool, maar een democratisch vervoermiddel. De OV-fiets is in de kleuren geel en blauw al niet meer weg te denken uit de openbare ruimte.

Europa

De toekomst van Nederland ligt in Europa. De grenzen van Nederland zijn de Europese buitengrenzen. Onze grote problemen, klimaattransitie en internationale spanningen, zijn alleen in Europees verband aan te pakken. Onze nationale identiteit staat naar mijn mening niet op gespannen voet met Europa, maar is Europees. “De koning van Spanje heb ik altijd geëerd”. Het Wilhelmus kan ons volkslied blijven.
Wat willen we zijn? Europees.

Pizza Máxima

De behoefte aan saamhorigheid en gezelligheid blijft, en wordt steeds meer buitenshuis beleefd. De caféterrassen in de dorpen en steden zijn vol, jongeren vieren het samen zijn in honderden festivals. In plaats van de pannenkoek, stel ik voor de pizza als nationaal gerecht, en dan wel uitgevoerd in rood/wit/blauw. Tomaten uit het Westland, Hollandse geitenkaas, ansjovis uit de haven van Bergen op Zoom.

WAT VOOR LAND WILLEN WE ZIJN?

De wapensmid; Gabriël Metsu, 1655

In het debat over nationale identiteit zou het niet zozeer moeten gaan over wat Nederland in essentie is, maar wat voor land we eigenlijk willen zijn; in aansluiting op onze geschiedenis, onze ligging in de delta en in aansluiting op de zorgen, geuit aan tafel, over individualisering, migratie en het klimaat.

Welke richting gaan we op? Wat voor land willen we zijn?

1.Richting Europa

We hebben een nieuwe Thorbecke nodig. Omtzigt verdedigt de oude Thorbecke, dat is goed en verstandig om bestuurlijk vandalisme te voorkomen.
Er is echter wel een blinde vlek in de Grondwet, dat is de positie van Europa. Daar is niets over vastgelegd, terwijl Europa de afgelopen 25 jaar steeds belangrijker is geworden, in allerlei opzichten. Beschouwen we het Verdrag van Lissabon als de Europese Grondwet? Welke positie heeft onze MP in de Europese Raad? Heeft het Parlement een rol in de benoeming van de Nederlandse Eurocommissaris? Kan de burger op een Europese partij stemmen? Kan de burger rechtstreeks de voorzitter van de Europese Commissie kiezen?

Achter alle bestuurlijke en juridische vragen, zit de hamvraag of Nederland een remmer of een voortrekker wil zijn in Europa. Wat mij betreft past Nederland als handelsland, als land met een lange geschiedenis in democratie, als welvarend land om voortrekker te zijn. Nederland ontleent zijn identiteit mede aan Europa, aan de Europese waarden van vrijheid en gelijkwaardigheid. Het is laf van opeenvolgende regeringen om bij onpopulaire besluiten je achter Europa te verschuilen, achter Brussel.

We hebben Europa hard nodig om de landbouwsector te hervormen, de grenzen te bewaken en de klimaattransitie zo door te voeren dat de lasten gedragen worden door de sterkste schouders.

2. Solidaire verzorgingsstaat

We hebben de verzorgingsstaat veel te ingewikkeld gemaakt. Een universele verzorgingsstaat bindt alle burgers. Minder juridisch maatwerk, meer zoals de AOW. Schaf de hele rimram van toeslagen af, zorg voor een fatsoenlijk minimumloon. Introduceer ook een basisinkomen en een maximum, een nieuwe Tinbergen norm. Room alle vermogens boven de 10 miljoen geheel af; we houden niet van oliesjeiks, oligarchen, Hollywoodmiljardairs, Techmagnaten. Net als de wijziging van de Grondwet, is dit een project van tientallen jaren. Behalve een nieuwe Thorbecke, hebben we ook een nieuwe Marga Klompé nodig. Dit is hét maatschappelijk antwoord op de veel gehoorde zorg over individualisering. Deze week kwam het CPB uit met vier toekomstscenario’s. Dit is het vierde scenario: Solidair maar duur. Disclaimer: de belastingen gaan omhoog.

3. Waterbestendig plan

Water zit in de genen van Nederlanders. Met de toenemende kans op overstromingen, heftige hoosbuien en een stijgende zeespiegel ligt hier een grote kans op identificatie met een nieuw deltaplan. Niet bestaande uit verhoging en verbreding van de dijken, niet defensief, maar adaptief en anticiperend. De sleutel ligt in de ruimtelijke ordening en watermanagement, twee domeinen waarin Nederland van oudsher uitblinkt. Gelukkig zijn er in Nederland in de naoorlogse periode twee projecten uitgevoerd onder regie van de overheid die vertrouwen geven dat het kan: Stadsvernieuwing op lokaal niveau en Ruimte voor de rivier op regionaal niveau. We hebben een nieuwe Johan van Veen nodig, de visionaire ‘vader van het Deltaplan’. Floris Alkemade, voormalig Rijksbouwmeester, wijst de weg in De kunst van richting te veranderen.

4. Engelse als tweede taal

In de tijd van Erasmus sprak en schreef de Europese elite Latijn onder elkaar. Latijn was hun gemeenschappelijke taal. Later werd de voertaal voor de geletterden Frans. Alle geletterden in Europa konden in die taal communiceren. Vanwege oorlogen en fanatiek nationalisme is dat vermogen verloren gegaan. Al enige tijd rukt het Engels nu op in Europa, niet alleen voor de elite gelukkig. Jongeren zingen en gamen in het Engels. Kunstenaars geven hun werk meestal een Engelse titel. Op de universiteiten wordt in het Engels gedoceerd en geschreven. Sommigen zijn hier ongelukkig mee omdat het Engels de Nederlandse taal zou kunnen wegdrukken, maar ik zie het als een goede ontwikkeling. Met esperanto is het nooit gelukt, dan is Engels second best. Uit een oogpunt van communicatie en integratie is ‘elkaar verstaan’ nu eenmaal essentieel. Het Europees Parlement zou ook het Engels als officiële voertaal moeten invoeren om het goede voorbeeld te geven. Alle tolken mogen naar huis. En in Nederland kan tweetaligheid onderdeel van onze nationale identiteit worden. Nederlands als eerste taal, Engels als tweede taal voor iedereen. Ook voor het Europees asielbeleid zou dit helpen. Laat de migranten Engels leren, ongeacht of ze in Griekenland, Italië, Spanje of Schiphol arriveren. Niet alleen bewaking aan de buitengrenzen, maar ook leslokalen. Daar hebben migranten voordeel van, waar ze zich uiteindelijk ook zullen vestigen. Verwacht van asielzoekers en arbeidsmigranten dat ze zich goed verstaanbaar kunnen maken in het Engels; dus ook de vrachtwagenchauffeurs uit Polen, de vluchtelingen uit Oekraïne, de tomatenplukkers in het Westland. Niet vrijblijvend, maar verplicht wat mij betreft. Als je je als migrant in Nederland meldt en wilt blijven, dan moet je je of in het Nederlands of in het Engels goed verstaanbaar kunnen maken. En bij die verplichting, horen uiteraard goed georganiseerde taallessen. Ook in geval van gezinshereniging. Nederlandse kinderen leren uiteraard Nederlands als eerste taal, maar vanaf de basisschool ook Engels als tweede taal. Duck.