Hollanders zijn bot, dat vond Erasmus al en dat geldt nog steeds als stereotype in Europa over Nederlanders. Herman Pleij heeft hierover een boek geschreven met als titel: “Moet nog steeds kunnen. Op zoek naar een Nederlandse identiteit”,2017. Pleij voert diverse schrijvers over onze identiteit ten tonele, zoals Hugo de Groot en Johan Huizinga, maar hij verwijst nog het meest naar Erasmus.

Erasmus heeft een grote invloed gehad op ons imago en ons zelfbeeld. De humanist Erasmus noemde in zijn brieven ons land een koud kikkerlandje. Volgens Erasmus hebben we lak aan goede manieren, we zeggen waar het op staat, we zijn pragmatisch en we hebben een hekel aan hiërarchie en pronkgedrag. Wanneer Erasmus echter zelf werd uitgescholden voor een echte Hollander of Bataaf, dan verdedigde hij toch de Hollandse directheid: Hollanders gaan niet gebukt onder de veinzerijen van hofculturen, zijn vrijgevochten burgers met een eigen mening. Hugo de Groot sloot zich later bij deze typering aan. In onze eerste grondwet die naar Frans model de Bataafse Republiek overeind moest houden (1798), werd de volgorde van “Liberté, egalité, fraternité” omgedraaid : Gelijkheid kwam voorop te staan.

Tot 20 mei 2018 is in het Stedelijk Museum Zutphen een tentoonstelling te zien over de identiteit van ons kikkerlandje. Na Zutphen reist de tentoonstelling door naar Hoorn, Harlingen, Bergen op Zoom en Gouda. Paul Schnabel stelt in een begeleidend essay de vraag : “Hoe eigenaardig is Nederland?”

Gerard de Kleijn, 1 februari 2017