Pieter Steinz schreef een meeslepend boek over „De kunst die ons continent verbindt”. Hij verzamelde een honderdtal culturele „iconen” die Europa zo bijzonder maken. Geen gezeur in zijn boek over de euro, de regelgeving, de dictaten van Brussel; maar wetenswaardigheden over de Metamorfoses van Ovidius, de Mona Lisa van Leonardo da Vinci, de Matthäus-Passion van Bach, het Zwanenmeer van Tsjaikovski, de popmuziek van The Beatles.

Nederlandse iconen komen er ook in voor: Jeroen Bosch, Blaeu, Vermeer, Rembrandt, Van Gogh, Mondriaan. En natuurlijk ook onze Erasmus. Wat is de overeenkomst tussen de schrijver Erasmus met die andere Europese iconen: Homeros, Plato, Kafka? Deze schrijvers hebben het allen tot bijvoeglijk naamwoord geschopt. Een „homerisch” gelach verwijst naar het gebulder van de goden op de Olympus. Een „platonische” liefde verwijst naar een diepe liefde die niet geconsumeerd wordt. Een „kafkaëske” toestand verwijst naar een krankzinnige bureaucratie. En zo verwijst een „erasmiaanse geest” naar: scherpzinnig, tolerant, vredelievend.

Pieter Steinz beëindigt zijn tekst over het Humanisme met de zin: „Het was in meer dan één opzicht terecht dat de Europese Unie haar studentenuitwisselingsprogramma, bedoeld om kosmopolieten te kweken, naar de Hollandse humanist heeft genoemd.” En ik voeg toe: Het zou een shame zijn wanneer het land van Shakespeare, Jane Austen en Monty Python met een Brexit een einde maakt aan deze uitwisseling.

Gerard de Kleijn, 1 december 2017