Februari 1466 bedrijven de Goudse priester Gerard, verbonden aan de Sint-Janskerk, en zijn huishoudster Margaretha de liefde. Negen maanden later wordt Erasmus geboren. Hij zal zich later “Desiderius” noemen, dat wil zeggen : de Gewenste ( dat klinkt beter dan “Defectus”, bastaard). Als puber verliest Erasmus eerst zijn moeder en kort daarop zijn vader aan de pest. Na de dood van zijn vader verhuist Erasmus van Gouda naar Den Bosch, waar hij de schilder Jeroen Bosch leert kennen. Erasmus zou zich later ontwikkelen tot een wereldreiziger, erudiet kosmopoliet. Jeroen Bosch bleef de provinciale, volkse schilder, die kwam de stadspoort niet uit. Toch zit er in hun mentaliteit ook iets dat verbindt. Ze nemen beiden in hun werk de kerkelijke rituelen op de hak. Bosch schildert de Hooiwagen. Erasmus schrijft later de Lof der zotheid. Beiden zijn ongeremd in hun verbeeldingskracht. Wat Bosch met zijn penseel doet, doet Erasmus met zijn pen.